Zeg bakkertje, zeg bakkertje, wat doe je met dat meel?

Zeg bakkertje, zeg bakkertje, wat doe je met dat meel?
Ik maak er grote broden van en koekjes, o zo veel.

Zeg kappertje, zeg kappertje, wat doe je met die schaar?
Ik knip en knip en geef jou weer een keurig kopje haar.

Zeg lappertje, zeg lappertje, wat doe je met het leer?
Ik maak er mooie schoenen van voor `n deftige heer.

Zeg snijdertje, zeg snijdertje, wat doe je met die stof?
Ik maak er mooie broeken van voor d`heren van het ho

Zeg bakkertje, zeg bakkertje, wat doe je met dat meel?