Verder op GEOlution

    Zoek op GEOlution

werkwoorden

Werkwoorden beginnend met letter W

waaien    waaieren    waarborgen    waarderen waarmaken    waarmerken    waarnemen    waarschuwen waarzeggen    wachten    wachtlopen    waden wagen    waggelen    waken    walen walgen    wallen    walmen    walsen wanboffen    wandelen    wanen    wanhopen wankelen    wantrouwen    wapenen    wapperen waren    warmen    warmlopen    warrelen wasemen    wassen    wateren    waterfietsen watergolven    waterpassen    waterskiën    watertanden watteren    wauwelen    wecken    wedden wederkeren    wedervaren    wederzien    wedijveren weeklagen    weergalmen    weergeven    weerhouden weerkaatsen    weerkeren    weerklinken  … read more »

Werkwoorden beginnend met letter Z

zaaien    zabbelen    zabberen    zadelen zakken    zaligen    zalven    zamelen zanden    zandstralen    zappen    zegelen zegenen    zegepralen    zegevieren    zeggen zeiken    zeilen    zekeren    zemelen zemen    zenden    zepen    zetelen zetten    zeuren    zeven    zichten zieken    zieltogen    zien    zigzaggen zijgen    zijn    zijpelen    zinderen zingen    zinken    zinnen    zinspelen zitten    zoekbrengen    zoeken    zoekmaken zoemen    zoenen    zoeten    zoetvijlen zoeven    zogen    zolderen    zomen zomeren    zondigen    zonnebaden  … read more »

Zwoegen

Voltooid deelwoord gezwoegd Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwoeg jij zwoegt hij zwoegt wij zwoegen jullie zwoegen zij zwoegen

Zwingelen

Voltooid deelwoord gezwingeld Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwingel jij zwingelt hij zwingelt wij zwingelen jullie zwingelen zij zwingelen

Zwijnen

Voltooid deelwoord gezwijnd Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwijn jij zwijnt hij zwijnt wij zwijnen jullie zwijnen zij zwijnen

zwijmelen

Voltooid deelwoord gezwijmeld Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwijmel jij zwijmelt hij zwijmelt wij zwijmelen jullie zwijmelen zij zwijmelen

zwijgen

Voltooid deelwoord gezwegen Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwijg jij zwijgt hij zwijgt wij zwijgen jullie zwijgen zij zwijgen

zwiepen

Voltooid deelwoord gezwiept Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwiep jij zwiept hij zwiept wij zwiepen jullie zwiepen zij zwiepen

zwichten

Voltooid deelwoord gezwicht Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwicht jij zwicht hij zwicht wij zwichten jullie zwichten zij zwichten

zweven

Voltooid deelwoord gezweefd Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zweef jij zweeft hij zweeft wij zweven jullie zweven zij zweven

zwetsen

Voltooid deelwoord gezwetst Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwets jij zwetst hij zwetst wij zwetsen jullie zwetsen zij zwetsen

zweten

Voltooid deelwoord gezweet Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zweet jij zweet hij zweet wij zweten jullie zweten zij zweten

zwerven

Voltooid deelwoord gezworven Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwerf jij zwerft hij zwerft wij zwerven jullie zwerven zij zwerven

zwermen

Voltooid deelwoord gezwermd Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwerm jij zwermt hij zwermt wij zwermen jullie zwermen zij zwermen

zweren

Voltooid deelwoord gezworen Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zweer jij zweert hij zweert wij zweren jullie zweren zij zweren

zwepen

Voltooid deelwoord gezweept Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zweep jij zweept hij zweept wij zwepen jullie zwepen zij zwepen

zwenken

Voltooid deelwoord gezwenkt Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik zwenk jij zwenkt hij zwenkt wij zwenken jullie zwenken zij zwenken

aanaarden

Voltooid deelwoord aangeaard Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik aard aan jij aardt aan hij aardt aan wij aarden aan jullie aarden aan zij aarden aan

aanbakken

Voltooid deelwoord aangebakken Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik bak aan jij bakt aan hij bakt aan wij bakken aan jullie bakken aan zij bakken aan

aanbelanden

Voltooid deelwoord aanbeland Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik beland aan jij belandt aan hij belandt aan wij belanden aan jullie belanden aan zij belanden aan

aanbellen

Voltooid deelwoord aangebeld Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik bel aan jij belt aan hij belt aan wij bellen aan jullie bellen aan zij bellen aan

aanbenen

Voltooid deelwoord aangebeend Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik been aan jij beent aan hij beent aan wij benen aan jullie benen aan zij benen aan

aanbesteden

Voltooid deelwoord aanbesteed Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik besteed aan jij besteedt aan hij besteedt aan wij besteden aan jullie besteden aan zij besteden aan

aanbetalen

Voltooid deelwoord aanbetaald Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik betaal aan jij betaalt aan hij betaalt aan wij betalen aan jullie betalen aan zij betalen aan

Sidebar